Opeens zag Peter, een van de matrozen, iets in de verte. Peter had altijd een scherp oog en kon de grootste vangsten al van mijlenver zien. De rest van de matrozen noemden hem altijd 'De Adelaar' omdat zijn gezichtsvermogen te vergelijken was met dat van een arend. Toen iedereen nog op zoek was naar een flits van beweging, had Peter het al gezien. Net als deze keer, maar nu was het iets wat ze nog nooit eerder hadden gezien.

Het was een gigantische haai, en hij zwom op een vreemde en grillige manier. Toen ze beter keken, zagen ze dat het een tijgerhaai was, bekend als een van de gevaarlijkste soorten in de oceaan. Zijn donkere huid glinsterde in het zonlicht en zijn vinnen sneden met dodelijke precisie door het water. Maar toen ze dichterbij kwamen, konden ze zien dat de haai duidelijk in nood was, met een grote, opvallende bult op zijn lichaam. De matrozen wisten niet hoe ze verder moesten, maar ze wisten dat ze het wezen in zijn nood niet zomaar konden achterlaten.